Mag ik ... pen even lenen?
- jij
- jou
- jouw
Pieter is langer dan ...
- ik
- mij
- mijn
Die bloemen heeft Sacha ... gegeven.
- ik
- mij
- mijn
Klara zwemt net zo snel als ...
- ik
- mij
- mijn
Er is iemand voor ... aan de deur.
- jij
- jou
- jouw
Weet ... het zeker?
- u
- uw
... jas hangt op de kapstok.
- u
- uw
Maakt het ... iets uit?
- jij
- jou
- jouw
Rick wil met ... voetballen.
- hij
- hem
- zijn
Ik vind ... nieuwe kapsel mooi.
- hij
- hem
- zijn
Ik kan beter schaken dan ...
- hij
- hem
- zijn
Ben ik net zo slim als ...?
- hij
- hem
- zijn
Waar is ... brief?
- ik
- mij
- mijn
Is er post voor ...?
- ik
- mij
- mijn
Geef ... die papieren maar.
- ik
- mij
- mijn
Klaas denkt dat hij gaat winnen van ...
- ik
- mij
- mijn
Hij woont dichterbij dan ...
- ik
- mij
- mijn